De ruïnes van een verlaten huis
Branden in de kille maan
Rillende nachten in de zomerwind
En de geur neemt de koelte aan
Dier en mens reeds diep in slaap
Maar wij dwalen door
Hoe in't wild je lach me vindt
En ik smelt bij ieder woord
En in je ogen val ik bewust
Uitdagen op een sluis
En in je schoot vind ik rust
Wees nog even mijn doolhuis