Eigenheid

By Kaelar

On Samensmeet

Released on March 29, 2025

Thumbnail

Soms is 't tijd vo schrijven, soms is 't tijd vo efkes chillen

Soms eens tijd verdrijven, soms de pijn proberen stillen

Soms geen pijn, ma stil, 'k e' ni altijd shit te zeggen

Soms wegkwijnen als de weg ni duidelijk gelegd is

Er zitten gaten in, de kaas is binnen, opgefret

De ziel me gaten is ni klaar vo heelhuids op te letten

J'is geschaafd, ne plakker helpt ni, ma toch plakken we

Aan anderen, in hoop da’z ons kun helpen me veranderen

Of helpen op te vullen, 't gene da lik nooit gevuld raakt

Verdoving is m'n schuilplaats, ma ti narcose die de kuil graaft

Kruip eruit als ik et achterlaat en luister na m’n hart

Zoveel geluid, ja, m'n gedachten praten, luider dan gedacht

Tis de gewente van me schuil te houden, in plaats van aan m'n zuil te bouwen

Steek ik tijd in et afbreken van et beeld dak juist probeer te bouwen

Ma int afbreken vin’k een kans om verder bij te schaven

Als schaap da alle richting kwijt was, leerde ik toch blij te blaten

En de pijn te laten zijn, et zal z’n eigen klaren

Zolang ik toelaat om te voelen, kan ik mij verdragen

Toch blijf ik zo vaak vluchten, keer op keer verdoofd, slaak zuchten

G'zo bikan peizen dak aan 't hijgen ben, ik loop naar nuchter

Moeilijk te bereiken doel, af en toe eens pauze

Verfoeilijk pijnlijk is de smoel, die breekt, maar blijft de schijn ophouden

Van et kleine houden, zo belangrijk en simpel, toch ingewikkeld

In die wikkel zit et pijnlijk rouwen

Etgeen da we geen plaats aan geven want 't is ons teveel

We leerden onze plaats afgeven aan et bronzen beeld

Da ons wordt voorgehouden, eigenheid wordt afgeschilderd

Als alleen ma nodig zijnd als bijdragend aan wat ze willen

Ma wa wil ik dan? Een vraag die we vaak vergeten

Velen leven vo de ander, wa wil ik dan? Ik wil leven

Ik wil spelen zonder stressen over wat et nu oplevert

Ni vergeten da et spelen ons leert ’t leven appreciëren

Weer waarderen van et simpel, eigenheid is ons beginsel

Toch willen we allen op de ander lijken, of toch ons verzinsel

Van oe da ze zijn, want ook zij, houden de schijn op

Et lijkt zo fijn, ma ’t schijnt da schijn ni schijnt, maar is afgebeiteld

Et lijkt erop, ma ’t blijkt da ’t lijk, ni echt lijkt te leven

In z'n stemming is tie ni eerlijk

Zoveel remming, ma geen vloeistof meer

De auto start ni op, ie pruttelt, j'eeft et moeilijk

J'is versuft, ie sukkelt, tis een pukkel, puist, ie sta op barsten

Ma ie drukt er ni op, ie durft ni, want de pus is kizzig

Tis kut, ma 't lukt ons ni om et te zien, de kust is mistig

Verdwaald aan 't varen, afgaand op gezang, de mus is listig

De zeemeerminnen helpen stillen, we gaan rustig liggen

Ik vaarde op de rotsen af, nu leer ik bij te sturen

Koste wat kost, et kost me wa, m’n eigenheid is duur